Speelomgevingen uit de ogen van een kind
Afgelopen weekend zag ik voor het eerst een speelplaats uit het gezichtspunt van mijn eigen zoon. Anderhalf, klein van stuk, voorzichtig lopend over het gras. Naar zijn droomwereld, om te “spele”. Hoogteverschillen zijn opeens bijna onoverkomelijke hordes, betonnen palen speelobjecten in plaats van afscheidingen. De afstand tussen de houten palen blijken opeens net te groot en waarom zijn er geen schommels voor kleine kinderen? Ik kan zo nog wel even doorgaan. Opeens zag ik het anders. Vanuit de ogen van een kind. En vanaf zijn hoogte, zittend op de grond. Opeens lijkt alles groot en anders. En lijkt een speeltuin doordacht maar is dat echt zo? Deze hier niet. En dat geldt zeker voor de omgeving. Een toestel buiten de speelplaats heeft geen kunstgras met valdemping maar gewoon stenen. En laat dat nou exact het favoriete toestel van mijn zoon zijn. Mijn wereld verandert mee met de zijne.
